Hoe verloopt een avond bij Teleblok
TeleblokOver Teleblok

Hoe verloopt een avond bij Teleblok


Al meer dan 30 jaar staan er iedere examenperiode vele Teleblok-vrijwilligers klaar voor blokkende studenten in nood. De paniek is dezelfde van vroeger, maar neergeschreven dansen de stress in hoofdletters, schrijffouten en huilstiltes over het scherm. De vrijwilligers persen alles uit hun vingertoppen om ‘Allez, ‘k ga voortdoen :-)’ te zien verschijnen na de cursor.  Enkele jaren geleden volgde een HLN-journalist enkele Teleblok-vrijwilligers. Nadien verscheen dit artikel in Het Laatste Nieuws.

Hoe het begint

Donderdagavond, de eerste échte zomeravond van het jaar. Op de Leuvense Oude Markt is geen terrasstoel meer vrij. Een tiental kilometer verderop logt vrijwilliger Yvan (57) in voor een ‘WK-avond’. Codetaal voor: weinig tot geen oproepen. Yvan had zélf examen vandaag, maar dan aan de andere kant van de examentafel, als docent hoger onderwijs. “Mijn anonimiteit is erg belangrijk. Anders durft geen enkele student van mijn departement nog Teleblok te contacteren. Daarom hang ik zelf nooit Teleblok-affiches op in de gang.”
 
Om 19.27 uur piept zijn laptop voor het eerst vanavond. En het laatst. Een ervaren universiteitsstudent vult zijn nickname in. Geen dt-fouten, zeer beheerste woordkeuze, maar de wanhoop zit ‘m tussen de spaties.
 
Student: “Morgen heb ik mijn zwaarste examen en ik ben helemaal van slag door Facebook. Onze prof gaf ons enkele examenvoorbeelden. Voor de oplossing ging ik kijken op de Facebookgroep, opgericht door mijn studiegenoten. Daar discussiëren we over de moeilijkste vraagstukken. Handig, maar nu twijfel ik ineens aan álles.”
 
Rien n’a changé. Of je studeerde in het internetvrije 1970 of in 2015 met Facebook: oren toe voor de ‘panikeurs’. Mijd medestudenten zonder vingernagels die je - vlak voor je het examenhok ingedreven wordt - ongevraagd misbruiken om details te dubbelchecken. Voor je ‘t weet schoppen ze alle ordelijke stapeltjes in je hoofd omver. Yvan denkt, typt en spint vastberaden zijn net. Zo’n rechtstreeks advies mag hij immers niet geven. De filosofie van Teleblok: laat de student via de juiste vragen zélf zijn oplossing bedenken. Voor praktische studietips zijn ze op de chat aan het verkeerde adres, die vinden ze helder opgesomd op de website.
 
Yvan: “Vind je zelf dat je goed voorbereid bent?”
Student: “Eigenlijk wel.”
Yvan: “Zou het kunnen dat Facebook-discussies onnodige ongerustheid opwekken?”
Student: “Ja, dat kan.”
 
Er is geen webcam, maar je ziét de student - bleekjes van een wekenlang eenzaam arrest - zo groeien voor z’n ventilator. Er tikten al 25 kostbare minuten weg. Chatten gaat veel trager dan praten, maar de student vindt zijn tijd toch nuttig besteed.
 
Student: “Merci, ik ga nog wat verder leren en er toch nog het beste van maken.”
 
In een logboek dat voor alle dertig vrijwilligers zichtbaar is, noteert Yvan “om 19.55 uur afgesloten in onderling overleg” naast de samenvatting van het gesprek, bedoeld om van elke chat bij te leren. “Ja, gedoe rond Facebook komt vaker terug”, zegt hij. “Eén student verklaart in zo’n besloten groep ‘dat we dat hoofdstuk niet moeten kennen’. Iedereen neemt dat klakkeloos aan en dan vraagt de prof tóch iets uit dat gewraakte hoofdstuk. Wiens schuld is dat dan?”
 
Na vier à vijf jaar begint Yvan het gevoel te hebben dat hij dat opkalefateren van vermoeide, overstresste studenten echt onder de knie heeft. “Ja, het is een beetje zoals je eigen kinderen geruststellen als ze in de blok depri van de trap afdalen. Al moet ik zeggen: voor mijn eigen kinderen was ik strenger. (lacht) Van hen moest ík de studies betalen.”

Zondag is depressiefst

De vrijwilligers zijn een bonte ploeg. Van gespecialiseerde psychologen tot ongeschoolde huisvrouwen. Zelf nooit gestudeerd hebben, is geen punt. “Als ze maar kunnen luisteren, gezond verstand hebben en onze vormingscursussen consequent volgen”, zegt de Teleblok-verantwoordelijke. De Kempische Sonja (46) past dat schoentje perfect. Woensdag volgden we haar late shift van 20.30 tot 23 uur aan de computer in haar woonkamer. Sonja is administratief bediende, maar maakte zelf haar studies niet af. Een moederlijk type dat als vrijgezel ongewild kinderloos bleef. Een wereldwijze vrouw die zich al acht jaar elke januari- en junimaand inzet voor studenten. Vanavond komen de studenten wél. Na elk gesprek, wacht meteen een nieuwe chatter in de rij. Teleblok-bellers zijn wispelturig. “Er is één vastigheid: op vrijdag- en zaterdagavond bellen de minste studenten, want maandag lijkt nog een eeuwigheid weg. Zondagavond is de drukste, depressiefste studentenavond van allemaal. Soms kunnen we dan amper naar het toilet.”
 
20.33 uur. Een studente valt nogal dramatisch met de deur in huis. Dat het pure paniek is, dat ze aan het huilen is, dat ze nog niets gestudeerd heeft, dat ze sowieso zal buizen. Na elke sneltreinzin slaat de computer van ping! ping! ping! Sonja blaast: ‘Oké, deze gaan we eerst laten uitrazen’. De studente loopt leeg als een ballon. Dat ze wil stoppen, dat ze iedereen gaat teleurstellen, dat ze depressief is, dat het leven moeilijk is, dat ze zichzelf haat. En dan stopt de cursor met razen.
 
Sonja doet - tussen ons - een voorspelling die over een uur zal blijken te kloppen als een bus: dit is geen studieprobleem alleen. Sonja stelt rustige, open vragen en blijft die herhalen. Een halfuur danst de student rond de hete brij en herhaalt wel tien keer de zin der zinnen ‘Ik kan me niet concentreren’. “Dat is dé klassieker. Soms lees ik ‘m honderd keer op een avond”, vertelt Sonja, “Dit meisje wil nog niet al haar problemen met ons delen.” Het lijkt nergens heen te gaan, maar Sonja blijft geduldig. Als de student per ongeluk iets positiefs zegt - dat haar lief haar graag ziet - grijpt Sonja dat met beide handen aan. “Toch heel goed dat je bij hem terecht kan, nee?” Na veertig minuten zweten, komt een onderliggend probleem boven: een jeugdtrauma, een zelfmoordpoging enkele jaren geleden, een behandeling bij de psycholoog, maar de volgende afspraak is pas over enkele weken. “Het valt me op”, zegt Sonja. “Dat een behoorlijk percentage van onze bellers toch al ergens in behandeling is en dat wij tussen de afspraken door om extra steun gevraagd worden.”
 
Studente, na een klein uurtje chatten: “Ik ben wel opgelucht dat ik het heb kunnen vertellen.”
Sonja: “Ik geloof dat je er weer tegen kan, nu? :-)”
Studente: “Dank u. Ik ga me weer aan m’n bureau zetten :-) :-)”
Sonja: “Ik ga voor je duimen.”
 
Dat is Sonja’s vaste, moederlijke slotzin. Een uur oplapwerk en - voilà - aan de overkant is er toch weer één aan het blokken. De vrijwilligster leunt achterover. “Pfieuw, zware stuff, hè? Het is heel wisselend: dadelijk komt er vast één die zijn Franse woordjes niet geleerd krijgt. Maar ik haal toch de meeste voldoening uit die intense gesprekken, wetende dat de studenten niet met zo’n zware issues blijven zitten, alleen op hun kot.”

5 op 10

21.31 uur. Eén minuut na het vorige gesprek rinkelt de chat weer. Aan de sms-taal te zien een middelbare scholier. Hij komt afwachtend binnen.

Sonja: “Hallo met Teleblok”
Student: “Hallo” (lange pauze)
Sonja: “Vertel het eens?”
Student: (weer pauze) “Kem gen motivatie ni meer. Kzit aan mijne buro rond te kijke. Ka me ni concentrere.”
 
Sonja grijnst en trekt een denkbeeldig streepje voor de concentratie-dooddoener. Dit is duidelijk een motivatieprobleem dat wat peptalk vraagt.
 
Na een kwartier besluit Sonja gedecideerd: “Ik zou ervoor gaan, als ik u was.”
Student: (heel snel): “Ja! Oké! Doe ik!”

En dan wordt de conversatie zonder boe of ba verbroken. Het wordt laat. Sonja geeuwt. Na een volle werkdag is dit toch inspannend. 21.53 uur en een nieuwe student klopt aan.
 
Student: “Ik heb stress voor morge.”
Sonja: “Hoe komt het?”
Student: “Morge exaam.”
Ja, duh.
Sonja herformuleert de vraag: “Hoe komt het dat je stress hebt voor je examen?”
Student: “Hangt veel vanaf. Maar waarom, dat zeg ik niet.”
Sonja: “?”
Student: “Ik moet weg”
 
21.58 uur en de lijn is zomaar verbroken. Sonja vraagt zich af wat er in godsnaam gebeurde. “Kwam er net een ouder binnen? We zullen het nooit weten. Soms vallen ze plots weg en komen ze na tien minuten terug aankloppen. ‘Effe de vuilnisbak buitengezet.’ (lacht) Tja.”
 
Sonja vult na elk gesprek een vragenlijst in. Om het overzicht te bewaren en zichzelf te blijven verbeteren, moet ze elk gesprek een score geven. “Dit was een... 5/10.” Ze vinkt aan dat ze over dit gesprek feedback wil van een coach. In dat geval worden alle vragen en antwoorden - 100% anoniem - opgeslagen. Vrijwilligers krijgen dan tips van professionals: waar heb je de student gebruuskeerd? Waar had je de vraag anders kunnen formuleren?

Frietjes

Vroeger konden studenten kiezen: bellen of chatten met Teleblok. Nu is het enkel nog chatten. “Studenten willen niet meer telefoneren. We zagen het aantal oproepen stelselmatig teruglopen”, zegt Teleblok. “Het kost geld, kotgenoten kunnen je horen, de drempel is hoger.” Vrijwilliger Sonja lacht. “Laatst vroeg een student ‘Zijn jullie mensen of computers?’ Voor sommigen is het toch ook verwarrend.”
 
Alles opschrijven duurt veel langer, maar dat vindt Yvan net een pluspunt. “Het gesprek is helderder. Ik kan terugscrollen en wat langer nadenken. Als 57-jarige moest ik me wel verdiepen in dat chattaaltje en die waanzinnige berg emoticons met alle nuances. En beseffen dat achter een lange pauze soms een huilbui verborgen zit.”
 
De bellers worden ook steeds jonger. “Teleblok richtte zich in eerste instantie op studenten in het hoger onderwijs, maar steeds meer middelbare scholieren vinden de weg”, zegt Yvan. “Gisteren had ik een 13-jarig meisje aan de lijn met faalangst. Eén keer belde zelfs een kind uit de lagere school. Pijnlijk, vind ik. Voor een jong kind lijkt een probleem algauw onoverkomelijk, terwijl een 18-jarige al meer nuance heeft. De jongsten hebben het voordeel dat hun paniek ineens ook wég is. Foetsie. Soms praten jongeren expliciet over zelfmoordplannen om dan 19 uur stipt uit te loggen met ‘Ik moet nu stoppen, want ons mama roept om te komen eten. En het zijn frietjes’. In 10 minuten kan het evolueren van ‘ik ga zelfmoord plegen’ naar ‘ik ga wat verder blokken’.”
Studieproblemen zijn vaak maar de korst bovenop oudere problemen. Bij blokstress komen die mee naar boven. Yvan schat dat 20% pure studievragen zijn over ‘iets niet geleerd krijgen’. 80% gaat over onderliggende persoonlijke problemen: aanvaarding van geaardheid, depressie, gescheiden ouders. “Het valt me wel op hoe vaak ik hoor ‘Het is net uit met mijn lief’. Studiestress zorgt ervoor dat veel studenten net dan hun relatie verbreken.”
 
Nooit blokten zoveel studenten samen in bibliotheken en parken. Nooit was sociaal contact op kot zo dichtbij via Facebook en smartphone. Toch hebben ze het ‘antieke’ Teleblok nog nodig, omdat ze schijnbaar nergens anders terechtkunnen voor een oppeppende babbel. “Hun voornaamste bekommernis is: mijn vrienden hebben nu óók stress, ik ga hen niet lastig vallen”, zegt vrijwilliger Yvan. “De studententijd wordt voorgesteld als de mooiste tijd van je leven, met veel sociaal contact. Studenten kénnen ook veel mensen, maar pas tijdens de examens valt op dat die nieuwe studentenkring wel een toffe kliek is om mee op café te hangen, maar niet om echte steun te vinden. Ik schrik er soms van hoe weinig medestudenten echt van elkaar weten.”

Awel, zég het dan...

De slechtste herinnering uit vier jaar Teleblok? Yvan: “Een moeder die belde. ‘Mijn zoon ziet het niet meer zitten. Hier, ik geef ‘m door.’ En dan tegen die zoon: ‘Awel, zég het nu maar eens aan die meneer.’ Ocharme, ik voelde dat die jongen aan de telefoon gesleurd was en geen ruimte kreeg om privé te praten.”
 
De mooiste herinnering? Sonja: “Mijn langste gesprek ooit: twee uur. Dat vergeet ik nooit. Een laatstejaarsstudente geneeskunde moest na zeven jaar nog één werkstuk gaan verdedigen en dan kreeg ze haar diploma. Het was af, maar ze vond de energie niet om te gaan. Ook weer een verhaal van zware familiale problemen. Ik ben trots dat ik haar toch dat laatste zetje gaf en dat ze ging. Ik denk nog geregeld: hoe zou het met haar zijn?
 
Over het mooist denkbare compliment na een chat-sessie moeten ze niet lang nadenken: “Allez, ik ga eens wat verder doen, dan.”