Wat zijn de meest vervelende vragen van ouders tijdens de blok?
TeleblokOuders

Wat zijn de meest vervelende vragen van ouders tijdens de blok?


We vroegen aan ongeveer 2000 studenten: Wat zijn de meest vervelende vragen die je ouders je stellen tijdens de examenperiode?

Wat is een vervelende vraag?

Een vervelende vraag is daarom nog geen slechte vraag. Zeker niet als het je als student aan het denken zet. Studenten appreciëren een diepgaand gesprek met hun ouders. Graag hebben ze dat dit over henzelf gaat, niet altijd over de examens. Vraag dus liever ‘Hoe gaat het met je?’ dan ‘Hoe gaat het met blokken?’.
  • Vermijd vooral oordelende vragen, vragen waarin je eigenlijk gewoon je mening geeft, bijvoorbeeld ‘Denk je echt dat je genoeg hebt gestudeerd?’.
  • Sommige vragen komen over als een vorm van controle, zoals ‘Hoeveel uren heb je vandaag gestudeerd?’.
  • Vragen die beginnen met ‘Zou je niet beter…’ of ‘Zou je wel…’, zijn eigenlijk eerder vermomde adviezen.
Zulke vragen geven geen gevoel van autonomie en vertrouwen aan de student.
 
Veel vragen zijn eigenlijk niet nodig. Op zich ben je er bijvoorbeeld weinig mee als ouder om te weten welke vragen op het examen werden gesteld. Probeer je vooral open te stellen, aandacht te schenken en te luisteren. Je student kan dan zelf bepalen wat relevant is om te vertellen aan jou.
 
Of, om het met de woorden van een student zelf te zeggen:
‘Hoe het geweest is, of ik nog veel moet doen... Kortom alle vragen rond het vak of examen zelf storen me. Ik zal er wel over vertellen als ik daar behoefte aan heb.’

Hier zijn ze: de meest vervelende vragen van ouders volgens hun studenten

‘Lukt het?’ of varianten als ‘Gaat het vooruit?’ en ‘Ga je er komen om alles te leren?
 
Vragen over het resultaat: 'Hoeveel denk je dat je zult hebben?'
  • ‘Ben je erdoor? Ik kan dit niet weten en het geeft me alleen maar stress om erover na te denken.’
  • ‘Je zult toch niet te veel herexamens hebben?’
  • ‘Ik haat de vraag ‘Hoeveel denk je dat je zal hebben op 20?’ en ‘Voor hoeveel examens denk je dat je erdoor zult zijn?’’
Vragen over de planning: ‘Hoe ver zit je al?’
  • ‘Mijn ouder vraagt bijna elke dag: 'Zit je nog op schema?’. Die vraag is nu al zo vaak gesteld dat ik er nerveus van word.’
  • ‘Hoeveel heb je gestudeerd voor het examen?’
  • ‘Mijn mama vraagt steeds: ‘Op een schaal van 1 tot 10, hoe ver zit je nu met het blokken?’. Wanneer ze deze vraag stelt krijg ik stress doordat ik nog veel moet doen.’
Vergelijkende vragen: 'Hoe hebben de anderen het gedaan?'
  • ‘Als ik gedaan heb met een examen vraagt ze: ‘Hoe ging het?’, en dan, ‘En bij de rest?’. Ik vind het niet leuk om te worden vergeleken.’
  • ‘Heb je je antwoorden vergeleken met die van iemand anders?’
  • ‘Hoe ging het bij vriend X?’
Vragen over de inspanning: ‘Moet je niet wat meer tijd aan je studie spenderen?’
  • ‘Nu al gedaan?’
  • ‘Wanneer begin je terug na je pauze?’
  • ‘Heb je niet te veel op je gsm gekeken?’
  • ‘Zou je daar wel naartoe gaan? Moet je niet studeren?’
  • ‘Zou je niet beter stoppen met je studentenjob en wat meer studeren?’
  • ‘Na een examen: ‘Moet je niet aan je volgende vak beginnen?’’
  • ‘Zou je niet beter gaan slapen?’
Vragen waaruit twijfels blijken: ‘Je hebt toch goed gestudeerd, he?’
  • ‘Of ik het wel aankan, of ik wel slim genoeg ben ... Twijfelen aan mij.’
  • ‘Denk je niet dat je te weinig hebt geleerd?’
  • ‘Je bent veel te vroeg klaar, kan je het wel?’
  • ‘Wat ga je doen als je buist?’
Vlak na het examen: ‘Heb je veel kunnen schrijven?’
  • ‘Ik begrijp echt waarom ze vragen 'Hoe was je examen?', maar vaak antwoord ik met 'Ik weet het niet.' omdat ik het ook effectief niet weet.’
  • ‘Wat vroegen ze allemaal op het examen?’
  • ‘Hoeveel vragen hebt je open gelaten?’
  • ‘Blijven doorvragen wanneer een examen niet goed gegaan is’
En dan nog deze:
  • ‘Drie dagen na mijn examen bellen en vragen 'Hoe was het examen vandaag?’ terwijl mijn examens op de kalender staan.’
  • ‘Telkens vragen of ik honger heb als ik mijn kamer verlaat.’
  • ‘Mijn mama zegt altijd voor een examen: ‘Lees goed je vragen.’ ALTIJD (ik weet het nu al hoor).’
  • ‘Ze stellen soms misschien te weinig vragen.’

Gerelateerde Thema's